VTM

Andy Peelman neemt drastisch besluit nadat fans hem alsmaar vaker komen lastigvallen bij hem thuis: "Niet fijn"

door: Redactie
Afbeelding bron: Photonews
Andy Peelman krijgt regelmatig fans aan de deur. Dat vindt hij niet altijd even fijn. Hij en zijn vrouw Tine zijn zelfs op zoek naar een nieuwe woonst.

“Ik heb er geen enkel probleem mee dat ik op straat word aangesproken. Wie me beleefd een foto vraagt, zal ik ált?d tegemoetkomen. Maar de laatste t?d wordt er vaker en vaker b? m? thuis aangebeld. En da’s niet alt?d zo f?n”, zegt Andy Peelman in Dag Allemaal.

“In huis durf ik al eens gewoon in m?n onderbroek rondlopen, omdat ik dat gewoon comfortabel vind. Maar ik kan toch moeil?k in m’n ondergoed de deur opendoen en poseren voor een foto, hé. Vergeet ook niet dat Tine en ik een baby van b?na elf maanden in huis hebben, die dan wakker wordt uit haar dutje als mensen aanbellen.”

Mensen bellen dus regelmatig zonder schroom aan. “Ik zie soms vanuit de woonkamer ouders hun kinderen aansporen om aan te bellen. Als ik dan opendoe, zeggen die: ‘Sorry, hoor, Andy. Ons kind wou per se aanbellen.’ Terw?l ik duidel?k heb gezien dat het anders is verlopen. Best wel grappig, maar niet alt?d even f?n. Begr?p me niet verkeerd, ik ben heel toegankel?k en zal alt?d volks bl?ven. Veel fans beschouwen m? als een kameraad. En dat vind ik heel f?n, ik koester dat zelfs.”

Maar er zijn grenzen, vindt Andy. “Zonder overdr?ven, dagel?ks kr?g ik via Instagram en Facebook minstens v?ftien keer de vraag of ik een videoboodschap wil opnemen. Maar als ik daarmee begin, ben ik met niks anders meer bezig. En als ik één keer ja zeg, moet ik het in feite voor iedereen doen. Ik heb het daar best moeil?k mee want ik stel de mensen niet graag teleur.”

Hoe reageert zijn vrouw Tine als de mensen weer eens aanbellen? “Vroeger zei Tine tegen de mensen dat ze alleen maar Duits sprak, als ik niet thuis was. Maar dat pakt niet meer. De fans weten intussen goed genoeg dat ze ook Nederlands praat. Soit, we k?ken rustig uit naar een nieuw huis en we zien wel waar we terechtkomen.”