Acteur Rik Verheye razend: “Mijn bloed begon zowaar te koken van wat er gebeurde”

door: PMN
Afbeelding bron: Photonews
Rik Verheye raakte betrokken in een heftige discussie in Knokke. Dat laat de acteur zelf weten in zijn column op Radio 1.

De discussie ontstond toen Rik Verheye, die in Knokke een tweedeverblijf heeft, er boodschappen ging doen in de supermarkt. Hij werd daar aangesproken door een vrouw op de parking van de supermarkt.

”Amai, wat doede gij in Knokke?’, sneerde ze farce met een kauwgom tussen haar veel te bleke tanden. Ik zei ‘Neen, ik woon hier, en u?’ ‘Zeg woonde gij niet op ’t Zuid in Antwaarpe, gelijk d’echte acteurs?”, vertelt Rik. “Waarop ik antwoordde: ‘Natuurlijk woon ik daar ook. Maar nu ben ik in Knokke en ga ik naar de winkel om dan terug naar huis te gaan.’ ‘Naar Aantwaarpe?’. ‘Neen, naar mijn thuis in Knokke.’

‘Zijde gij een tweede verblijver of wa?!’, vroeg ze iets te luid naar mijn goesting. ‘Mag niet, meneer, Verheyen.’ ‘Verheye’, zei ik, ‘zonder -n. En ja, ik ben hier tweede verblijver, mevrouw, en dat in mijn eigen geboortestad dan nog. Maakt dat mee.’ ‘Ja? Amai’, ging ze verder. ’t Is niet om dat ge nen Bekende BV zijt dat ge meer moogt dan een ander, he.’

“Mijn bloed begon zowaar te koken. Op zo’n moment is het vechten om de innerlijke Jay Vleugels in mij te onderdrukken. ‘Gij hebt hier niks te zoeken, he’, sneerde ze giftig.”

Politie
Rik besloot om er niet verder op in te gaan. “Ik had zoveel kunnen zeggen nu. Ik had gewoon eerlijk kunnen zeggen dat ik dicht bij mijn familie in de buurt moet zijn. En wil zijn en mag zijn. Dat ik in deze vreemde tijden, als enig kind, verantwoordelijk ben als mantelzorger voor de persoon die ik het liefste zie in mijn leven. En dat ik daar een gewettigd attest voor heb gekregen en of ze dat graag eens wil zien misschien?”

“Alsof het een goed gerepeteerde scène van een fictiefilm betrof, kwam een politiecombi op het juiste moment de parking op gedraaid en kwam deze in onze richting gereden. Tot vlak naast ons. De agent aan de passagierszijde opende het raampje en begroette me vriendelijk. ‘Riksje, hoe wist vintje?’

“Zijn gezicht kwam mij bekend voor. Ik gokte dat hij de vader is van een vroeger voetbalkameraadje. Een zekere Danny. Ja! Danny de papa van Davy. Dikke Davy die, hoe kan het ook anders, in de goal stond bij ons.
‘Ken je me nog?’, vroeg hij. ‘Het is Danny. De papa van Davy. De keeper van vroeger bij de preminiemen… Dikke Davy, noemden jullie hem altijd, he.’ ‘Jaja, das juist’, zei ik.

“Net voor Danny zijn raampje helemaal dicht was, riep hij nog snel ‘Weet je wa? ‘k Ga onze Davy de groeten doen, he?!’  Ik stak m’n duim omhoog terwijl dat voor mij eigenlijk niet hoefde. Maar de combi was al weg. Toen ik de aangespoelde vrouw een laatste keer aankeek, besefte ik dat het vooroordeel dat botox elke vorm van gezichtsuitdrukking lam legde, volledig onterecht was. Ik wenste haar een fijne dag, trok mijn mondmasker in positie en wandelde vastberaden de winkel in, samen met Michael Kiwanuka zingend in mijn oren. Home again.”