VTM

Martine Jonckheere is aan de dood ontsnapt: “Er was sabotage in het spel"

door: Redactie
Afbeelding bron: Medialaan
Martine Jonckheere getuigt deze week in Dag Allemaal over haar agressieve en tirannieke vader. Nadat haar moeder haar verloofde verloor door een tragisch ongeval, trouwde ze met de eerste de beste die kwam aanbellen. Maar dat bleek een totaal verkeerde keuze te zijn. De man had verschillende minnaressen, en mishandelde zijn vrouw en dochters.

“Het ging van kwaad naar erger tussen die twee. Vader was een ex-bokser en als mama iets zei dat hem niet beviel, sloeg hij haar. Geen tikje, hé, hij ranselde haar echt af. We waren vaste klanten op het politiebureau. ‘Zolang er geen doden vallen, kunnen we niets doen’, klonk het daar. Hij sloeg ook mij en mijn zus Carmen”, vertelt Martine openhartig in Dag Allemaal.

“Eén voorval staat me nog levendig voor ogen. In de gang stond de fiets die mijn zus voor haar plechtige communie had gekregen. Vader werd heel kwaad, greep Carmen vast bij haar haar en gooide haar de trap af. Heel haar hoofd lag open en ze bloedde hevig. Alsof dat nog niet genoeg was, stampte hij ook nog haar fiets kapot. Wij mochten niet gelukkig zijn.”‘

“’t Was altijd bang afwachten tot pa thuiskwam. In de klas viel ik in slaap omdat ik ’s nachts over mijn mama waakte. Ze lachten me daarmee uit, maar ik zweeg, niemand wist wat er thuis aan de hand was. Voor de buitenwereld leek vader immers de vriendelijkheid zelve en op café trakteerde hij iedereen. Maar thuis sloeg hij alle meubels kapot. Wij smeekten mama: ‘Laten we toch weggaan, dit is geen leven.’ Maar ze zag ’t niet zitten om als alleenstaande vrouw voort te moeten, en ook haar trots hield haar tegen.”

Sabotage

“De knoop werd pas doorgehakt toen er brand uitbrak in onze slaapkamer. Mama, Carmen en ik sliepen met drie in hetzelfde bed en ik werd wakker van een raar geluid en van de hitte. De muur achter ons bed stond in brand, net als het nachtkastje naast mij. Ik vluchtte naar de andere kant van het bed en kroop naast mijn zus onder de lakens. Gelukkig werd mijn mama tijdig wakker, zij hielp ons in paniek ontsnappen. Nadien bleek er sabotage in het spel, en getuigen hadden gezien hoe mijn vader op de hoek van de straat stond te wachten tot de hele boel in de fik stond. Met andere woorden, hij hoopte dat we erin bleven.”

“’s Anderdaags op school kwam de directeur me midden in de les halen. ‘Uw mama wacht buiten op u’, zei hij. Er stond een kleine verhuiswagen met wat ons nog aan meubelen restte en daarmee zijn we halsoverkop naar Brugge gevlucht. Mijn vader heb ik nooit meer gezien, want hoewel zijn schuld aan de brand nooit bewezen werd, kreeg hij geen bezoekrecht. Hij had zijn doel bereikt: hij was van ons verlost. Ondertussen is hij gestorven. Bleek dat hij nog geprobeerd had mij te onterven. Weet je, ze kunnen me alleen echt kwetsen door te zeggen dat ik in iets op mijn papa lijk.”