Foto: Pexels
Ken je polvorones, dé Spaanse koekjes die in de kerstperiode worden geserveerd? Ze zijn een geliefde klassieker. Een goede reden om ze zelf ook eens te maken!
De naam 'polvorones' doet denken aan 'poeder' (Spaans: 'polvo'), en terecht. Eenmaal polvorones gebakken zijn, vallen ze bijna uit elkaar in je mond. Traditioneel worden ze vaak verpakt in dun papier. Ze passen geweldig bij een kop thee of koffie en ruiken vaak ook nog eens heerlijk.
Begin je al te watertanden? Dan moet je ze zeker zelf eens maken. Dit is ongeveer hoe Teresa Barrenechea ze klaarmaakt in haar boek 'The Cuisines of Spain'.
Dit heb je nodig
300 gram hele amandelen met schil
360 gram bloem
240 gram poedersuiker
450 gram reuzel (varkensvet) op kamertemperatuur
een theelepel kaneel
Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius. Rooster de amandelen op een bakplaat. Roer af en toe, tot ze licht gebruind zijn (ongeveer 10 minuten). Laat ze dan volledig afkoelen.
Rooster de bloem op een aparte bakplaat, ongeveer 5 minuten lang, tot hij heel licht goudkleurig wordt. Laat ook afkoelen.
Maal de amandelen fijn in een food processor met 2 eetlepels van de poedersuiker. Meng in een grote kom de fijngemalen amandelen met de rest van de suiker, de bloem en de kaneel. Voeg beetje bij beetje de reuzel toe, terwijl je alles roert tot een samenhangend deeg. Bedek de kom en laat het deeg minstens twee uur in de koelkast rusten.
Verwarm de oven opnieuw op 120 graden Celcius. Bekleed twee bakplaten met bakpapier. Vorm uit het gekoelde deeg met je handen schijven van ongeveer 5 centimeter breed en 1 tot 1,5 centimeter dik. Leg ze op de bakplaten.
Bak ze 45 minuten. Verwissel halverwege de baktijd de bakplaten van positie. De polvorones mogen niet bruin worden.
Laat ze volledig afkoelen, bestuif ze royaal met poedersuiker en verpak ze eventueel individueel in dun papier. Bewaar ze in een luchtdichte koekjestrommel.